Eerder stoppen met werken is voor veel Nederlanders een droom. Uit onderzoek van ING uit 2026 blijkt dat 40 procent van de beleggende jongvolwassenen ‘eerder stoppen met werken’ noemt als belangrijkste motivatie. De AOW-leeftijd is inmiddels gekoppeld aan de levensverwachting en schuift langzaam op, maar zelf regie pakken kan wel degelijk. In dit artikel leggen we uit welke mogelijkheden er zijn om eerder te stoppen, wat dat realistisch kost en welke regelingen je kunt combineren om je droom haalbaar te maken.
De AOW-leeftijd in 2026
De AOW is de basis waar iedereen in Nederland op kan rekenen. In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar. Vanaf 2028 schuift deze leeftijd volgens de huidige planning op naar 67 jaar en 3 maanden. De AOW-leeftijd wordt gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting, dus een verdere stijging is aannemelijk. De maandelijkse uitkering bedraagt in 2026 ongeveer 1.550 euro netto voor een alleenstaande en 1.050 euro netto per persoon voor samenwonenden.
De AOW kun je niet vervroegen. Wel kun je kiezen voor uitstel tot maximaal vijf jaar. Dat geeft je een hogere maandelijkse uitkering, maar natuurlijk pas vanaf dat latere moment. Voor de meeste mensen is uitstel niet aantrekkelijk, omdat je dan jaren inkomen misloopt.
Aanvullend pensioen vervroegen
Naast de AOW heb je meestal aanvullend pensioen via je werkgever. Dit aanvullend pensioen kun je wel vervroegd laten ingaan. Elk jaar dat je eerder met pensioen gaat, verlaagt je maandelijkse uitkering. Grofweg levert een jaar eerder stoppen een uitkering op die 7 tot 8 procent lager ligt. Wil je vijf jaar eerder stoppen, dan ontvang je vaak 30 tot 35 procent minder per maand, de rest van je leven.
Onder het nieuwe pensioenstelsel (Wet toekomst pensioenen) wordt eerder stoppen simpeler te berekenen omdat iedereen een persoonlijk pensioenvermogen heeft. Op basis van dat vermogen en je beoogde pensioenleeftijd wordt exact berekend wat je per maand ontvangt. Meer context over de Wtp vind je in onze uitleg over de nieuwe pensioenwet.
Het bedrag ineens: maximaal 10 procent
Sinds 1 juli 2023 geldt de regeling ‘bedrag ineens’. Op je pensioendatum mag je maximaal 10 procent van je opgebouwde pensioenvermogen in één keer opnemen. Dat kan handig zijn voor bijvoorbeeld het aflossen van je hypotheek, een grote reis of een verbouwing. Let op: de overige 90 procent wordt daarna lager uitgekeerd, dus je inkomen voor de rest van je leven wordt navenant minder. Bereken daarom goed of het bedrag ineens bij jouw plan past.
RVU-regeling voor zwaar werk
Voor werknemers in zware beroepen bestaat de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Werkgevers kunnen hun werknemers maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd een uitkering bieden zonder fiscale strafheffing. In 2026 bedraagt het maximale vrijgestelde RVU-bedrag ongeveer 2.273 euro bruto per maand. Boven dat bedrag betaalt de werkgever 52 procent extra heffing.
De RVU is vooral relevant voor fysieke beroepen zoals in de bouw, zorg, transport en industrie. Werkgevers en vakbonden maken daar in cao-afspraken afspraken over. De regeling geldt tot en met 2028; daarna vervalt ze tenzij ze wordt verlengd.
Zelf bijsparen en beleggen
Wie echt eerder wil stoppen, komt er met alleen aanvullend pensioen zelden. Zelf extra sparen of beleggen is voor veel mensen de enige manier. De meest gebruikte vorm is een lijfrenterekening. Je legt jaarlijks een bedrag in binnen je ‘jaarruimte’ en die inleg mag je aftrekken van je belastbaar inkomen. De jaarruimte wordt berekend op basis van je inkomen minus je pensioenopbouw via de werkgever.
Een andere optie is vrij beleggen, bijvoorbeeld via een wereldwijd gespreide ETF. Hierbij heb je geen belastingaftrek bij de inleg, maar wel volledige vrijheid over wanneer en hoe je het geld opneemt. Wel betaal je box 3-belasting over je vermogen boven het heffingsvrije bedrag van 59.357 euro in 2026. Voor starters met beleggen verwijzen we naar onze beleggingsgids.
FIRE: Financial Independence, Retire Early
Een stroming die de afgelopen jaren populairder is geworden, is FIRE, oftewel Financial Independence, Retire Early. De basis is simpel: spaar en investeer een groot deel van je inkomen (vaak 40 tot 70 procent) om op jongere leeftijd financieel onafhankelijk te worden. De vuistregel is dat je 25 keer je jaarlijkse uitgaven bij elkaar moet hebben om veilig te kunnen stoppen. Wie bijvoorbeeld 30.000 euro per jaar uitgeeft, heeft dus 750.000 euro vermogen nodig.
FIRE is niet voor iedereen. Het vergt discipline en een hoog spaarpercentage, wat meestal betekent dat je levensstijl lange tijd bescheiden moet zijn. Tegelijkertijd laten veel succesverhalen zien dat het mogelijk is om in Nederland rond je 40e of 50e financieel onafhankelijk te zijn, mits je vroeg begint en consistent belegt.
Wat kost eerder stoppen concreet?
Een paar cijfervoorbeelden helpen om het concreter te maken. Stel, je wilt 5 jaar eerder stoppen dan de AOW-leeftijd van 67. Je hebt dan tussen je 62e en 67e ongeveer 2.500 euro netto per maand nodig. Dat is 150.000 euro over vijf jaar. Als je aanvullend pensioen vervroegd opneemt, krijg je een lagere uitkering, dus dit bedrag moet deels of volledig uit eigen vermogen komen.
Een realistische planning: begin met beleggen rond je 30e, leg maandelijks 300 tot 500 euro opzij in een brede ETF, en profiteer van samengestelde groei. Bij een gemiddeld rendement van 7 procent per jaar en 400 euro per maand inleg vanaf je 30e, heb je rond je 62e ruim 500.000 euro opgebouwd, naast je reguliere pensioen.
Gevolgen voor je zorgverzekering en toeslagen
Eerder stoppen heeft ook praktische gevolgen. Je blijft premie voor je zorgverzekering betalen. Afhankelijk van je inkomen kom je mogelijk in aanmerking voor zorgtoeslag. In 2026 ligt de inkomensgrens voor alleenstaanden op 40.857 euro en voor partners samen op 51.142 euro. Ook je box 3-belasting verandert: als je van inkomen naar vermogen switcht, ga je relatief meer vermogensbelasting betalen. Goede planning met een financieel adviseur kan hier veel in betekenen.



